Hoe God zijn leven totaal transformeerde
Hij diende ooit als officier bij het elitekorps van de Amerikaanse mariniers. Hij bewaakte zeven Amerikaanse presidenten bij de Secret Service. Hij jaagde het wereldse succes na. En toch leidt Chris Simpson de afgelopen drie jaar CBMC International, omdat God Hem nooit losliet. Nu ziet hij van dichtbij hoe God wereldwijd door CBMC heen werkt, met een boodschap die ook jouw leven kan veranderen.
TEKST: LOES GROOTERS / PARTNERS IN TEKST | FOTOGRAFIE: MAAIKE APPELS
Hoe was je geloof in je jeugd?
“Ik groeide op in de Bible Belt van de VS, met een kerk op bijna elke straathoek en christelijk geloof verweven in de cultuur. Dat speelde ook in mijn gezin. Week na week hoorde ik het evangelie. Maar ik had geen echte relatie met God; het was meer cultureel dan persoonlijk.”
Welke weg sloeg je daarna in?
“We hadden niet veel geld en ik wist niet hoe ik mijn universitaire studie na de middelbare school zou kunnen betalen. Ik deed het erg goed op school en in sport. Het korps mariniers leek een weg voorwaarts: zware training, een studiebeurs en toekomst als officier. Maar het bracht me naar New Orleans, een stad zo duister als de Wallen in Amsterdam. Zonder diepe wortels in God was ik een gemakkelijke prooi voor de vijand.”
Hoe kwam dat kwaad in jouw leven naar boven?
“Alles wat ik aanraakte, leek een succes te worden. Ik stond altijd bovenaan, won leiderschapsprijzen, kreeg titels en werd de hoogste in rang in onze klas. Ik hield van winnen. Maar het voedde egoïsme, arrogantie en oppervlakkige relaties. Mijn gebrokenheid werd zichtbaar.”
Wat deed God om jou te bereiken?
“Op een zondag zat ik met een zakbijbeltje en ineens hoorde ik Hem diep vanbinnen. Ik kon alleen maar huilen. Je zou denken: dit is het keerpunt. Maar dat was het niet. De Geest begon te werken, stukje bij beetje het steen uit mijn hart weg te hakken – dat voelde ik. Toch wilde ik me niet overgeven. Ik hield God buiten spel: ‘Mijn seksleven, mijn geld, mijn afgoden zijn van mij; de rest mag U hebben.’ Zo hield ik hem veertien jaar op afstand.”
Ver weg van God, beleefde je nog steeds hoogte- en dieptepunten?
“Ik werkte me steeds verder omhoog. Op mijn 24e gaf ik leiding aan 120 mannen en vrouwen. Op mijn 26e kwam ik bij de Secret Service. Het beschermen van presidenten, het bestrijden van fraude en cybercriminaliteit – dat was hun wereld, en ze wilden mij erbij. Ik bloeide op, kreeg één van de grootste kantoren en iedereen zei: ‘Ik wil zijn zoals jij.’”
Zo veel succes – dat moet goed hebben gevoeld?
“Niet echt. Het was een illusie, een flinterdun laagje vernis. Vervulling, echte vreugde – dat had ik niet. Alles was tijdelijk, mijn leven had geen diepte. Wat ik werkelijk nodig had, ontbrak. Ik diende zeven presidenten totdat God zei: ‘Stop met vechten. Stap van Mijn troon af.’”
Hoe stopte Hij je?
“Een geliefd familielid werd ziek. Voor het eerst stond ik oog in oog met iets dat ik niet kon bevechten, ik kon er niet van weglopen en kon het niet overwinnen. Ik kon niet genezen en dat brak mij. Precies daar vond Hij mij. God pakte me vast en zei: ‘Hier kun je niets doen.’ Ik gaf me over, wilde mijn masker niet langer dragen. En Hij zei: ‘Nu heb Ik je. Wat er ook komt, wat de wereld ook doet, Ik laat je nooit los.’ Mijn problemen verdwenen niet, maar van binnen veranderde alles.”
Hoe kon het zo misgaan? Zie je dat vandaag nog steeds?
“De vijand houdt ervan als we succesvol zijn. Geld is niet het echte probleem, en succes op zich ook niet, totdat het onze god wordt. Dan verblindt het ons. Mensen jagen erkenning en voldoening na, maar het voedt de ziel niet. Je ziet het overal: van buiten lijkt hun leven vol, van binnen sterven ze van honger.”
Wat raad je ons aan als we zulke mensen zien?
“Wij hebben verantwoordelijkheid. De waarheid is: de meeste predikanten hebben weinig gemeen met ondernemers en professionals. Maar wij wel. Wij spreken hun taal, wij leven in hun wereld, wij kennen de druk die ze voelen. Dus: wees een vriend. Wees niet bang voor relatie. Zo werkt God. Door eerlijke, liefdevolle gesprekken kan de Geest de eeuwigheid veranderen.”
Je diende ooit onder president Trump en nu leid je CBMC??
“Na mijn overgave werd ik geroepen om een master te doen in ‘Christian Ministry’ aan het Liberty Theological Seminary, terwijl ik nog bij de Secret Service werkte. God gebruikte me om mensen te bereiken die niemand anders kon bereiken. In de VS is CBMC niet alleen voor ondernemers, maar ook veel soorten professionals. Tijdens Trumps presidentschap was ik al lid van CBMC en de Heer werkte hier door mij heen. Ik deelde zelfs het evangelie met de president. Na mijn pensionering op mijn 50e opende God in 2022 alle deuren naar CBMC International.”
Werkte God door jou heen bij de Secret Service?
“In plaats van mijn ervaringen voor mezelf te gebruiken, vroeg ik: hoe kan ik dit voor God inzetten? Een keer in Cambodja, wachtend op de Amerikaanse presidentsvrouw, sprak ik met een collega. Zijn vader was voorganger in Chicago, maar zelf werkte hij in New York. Daar voelde hij zich alleen, niemand om samen mee naar de kerk te gaan. Ik gaf hem een klein houten kruisje en zei: ‘Houd dit bij je. Als je thuis bent, weet je dat je niet alleen bent.’ Daarna belde hij me jarenlang in moeilijke tijden. Ik werd een mentor voor hem. Toen hij kanker kreeg en de dood dichtbij was, zei ik: ‘Ik bid voor je. God is bij je.’ Hij stuurde een foto terug, het kruisje in zijn hand: ‘Ik weet het, broeder.’ Toen stierf hij. Dat kleine moment in Cambodja, zo’n eenvoudige daad van gehoorzaamheid, kan veel betekenen.”
Voor wie nooit in de Cambodjaanse jungle komt: kan dit ook op kantoor?
“Natuurlijk. Bij de Secret Service zag ik eens medewerkers die vastzaten in roddel en negativiteit. Ik riep ze bij me en zei: ‘Vanaf nu praten we over je gezin, je huwelijk, je worstelingen waar ik bij kan helpen, of over overwinningen die ik kan vieren.’ Daarna stuurde ik ze weg. Vanaf dat moment kwamen ze steeds terug. Voorheen leefden ze in duisternis, vol giftige woorden. Ik liet zien dat ik meer om hen gaf dan alleen om hun werk. Wij moeten in hen zien wat de wereld niet ziet: het beeld van God. Dat begon ik overal te doen. De vijand leeft van duisternis. Maar wij zijn het licht van de wereld. Wij mogen léven spreken over mensen. En dat moeten we, want niemand anders doet het.”
Welke rol zie je voor CBMC en haar leden?
“We hebben een enorm potentieel, het vermogen om de wereld te beïnvloeden. Daar is niets van overdreven. Toch blijven we vaak achter. Wereldwijd zijn we met ongeveer 60.000 leden. We hoeven niet de grootste bediening ter wereld te zijn, want wat wij hebben is hefboomkracht. Ons sociaal en professioneel kapitaal kan radicaal transformerend zijn als we het inzetten in de omgeving waar we invloed hebben. Stel je voor dat we dat gebruiken, niet voor geld of eigenbelang, maar voor Gods Koninkrijk.”
Wat is jouw persoonlijke missie hierin?
“Als ik een land binnenkom, kijk ik naar hoe het met de missie staat. Reiken ze nog uit of zijn ze comfortabel binnen hun eigen kring? Betrekken ze de volgende generatie? Nodigen ze anderen uit voor groepen en mentorschap? Zo niet, dan is het patroon duidelijk: de bediening vergrijst en sterft. In Canada stopte CBMC bijna. In Australië hetzelfde; CBMC raakte hier naar binnen gericht, niet langer missionair. Laat je niet in de war brengen: CBMC is een zendingsbeweging. Mijn roeping is om te bemoedigen door liefdevolle communicatie. Daarom schrijf ik blogs, Monday Mannas, white papers en spreek ik in de media. Wij moeten de wereldwijde stem van Christus en Zijn evangelie zijn. Ik wil CBMC naar een hoger plan tillen. Omdat we dezelfde missie delen in meer dan negentig landen, werk ik als verbinder – ik houd lijnen open, deel, bid en verbind mensen met elkaar.”
Zit er ook een waarschuwing in je voorbeelden?
“Ik heb sommige landen gewaarschuwd om Jezus niet aan de zijlijn te zetten. De business is niet de boodschap van CBMC: Jézus is dat! De business is ons werkveld. Als we de kracht van de Geest verliezen, krimpen we in tot een christelijk netwerkclubje. Onze roeping is niet betere zakelijke principes na te streven, maar Jezus zélf. Als we naar binnen keren of een forum worden, sterft CBMC. Daarom moeten we jonge professionals bereiken. Zij zijn een onmisbare schakel in de vermenigvuldiging van het evangelie. Doen we dat niet, dan breekt de ketting. Daarom startte CBMC Nederland in september een programma voor young professionals. Want zonder discipelschap riskeren we dat we slechts een bijbelstudiegroepje worden.”
Jonge mensen wijzen geloof vaak af. Wat is jouw ervaring?
“In Afrika sprak ik eens met andere CBMC’ers een groep jongeren aan. Ik keek ze in de ogen en zei: ‘Jullie zijn bijzonder. God kent elke haar op jullie hoofd. Hij houdt je in Zijn hand. Hij heeft plannen voor jullie; plannen om je hoop en toekomst te geven.’ Je zag hen smelten, omdat niemand ooit zo tot hen sprak. Ik heb het gezien in Afrika, de VS en Azië. Nu ook in Europa: Spanje, Portugal, Finland. De nieuwe generatie hunkert naar waarheid en betekenis. Ik ben enorm optimistisch, omdat dat is wat wij brengen. Geloof de leugen niet dat we in een postchristelijk tijdperk zitten. Dat is de taal van de vijand. Christus zit op de troon, en daar blijft Hij.”
Wat kunnen wij doen voor jongeren?
“Jongeren wijzen Jezus niet af. Ze wijzen nepversies van Hem af. Namaak. Lauwe christenen die het ene zeggen en het andere doen. Ondertussen worstelen jongeren met identiteit, eenzaamheid en depressie. Stap uit je comfortzone en zeg hun dat je hen ziet. Zeg dat Gód hen ziet. Spreek leven: ‘Ik zie grote dingen in jou, en ik ga met je mee.’ Dat verandert hun wereld, omdat niemand anders dit tegen ze zegt. Alle anderen zijn transactioneel. Wij zijn transformationeel. En daar zit het verschil. Deze generatie is creatief; ze starten bedrijven en leiden teams. Velen horen al bij God. En Hij zal mensen zoals ons gebruiken om hen thuis te brengen.”
Heb je tot slot een hoopgevend wereldwijd CBMC-succesverhaal?
“In slechts tweeënhalf jaar heb ik veertig landen bezocht. Wat ik voel, is een overweldigende beweging van God. Je weet wat Hij dicht bij je doet, maar wereldwijd… dat geeft kippenvel. Ik kwam net terug uit Vietnam. Dit zou een moeilijk zendingsveld zijn. Hier gebruikte God een arts. Zes maanden lang kwam ze in Ho Chi Minhstad in een café voor CBMC-bijeenkomsten. Niemand kwam opdagen. Ze bad, zei tegen satan dat hij moest wijken, en wachtte tot God mensen zou sturen. Nu zijn er meer dan 250 leden en twaalf teams. God verzet bergen op plekken waar we het nooit voor mogelijk hielden.”
Meer lezen? Dit artikel verscheen in Business Contact. Vraag een gratis proefexemplaar aan of neem een een abonnement en ontvang vier keer per jaar Business Contact magazine.

