Nee, dit is geen gewoon poetsbedrijf, dat zie je meteen. Dertig deelnemers krijgen hier een waardevolle invulling van hun dag, vertelt Leonard Koppelaar. “We kijken naar wat mensen wél kunnen, in plaats van naar hun onmogelijkheden.” Het opzetten van zijn eigen onderneming ging niet bepaald zonder slag of stoot. “Mijn ouders betaalden in het begin onze boodschappen. Dan leer je wel om op God te vertrouwen.”
TEKST: RICK STOORVOGEL/STOORICK
De werkdag zit erop. De autopoetsers genieten na van hun dag en bekijken vol trots het resultaat. Taxibusjes rijden achteruit het terrein op. Een knuffel als afscheid, de handen nog helemaal zwart – als bewijs voor thuis dat er werk is verzet.
Iedere dag wordt hier hard gewerkt door mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. “Maar”, haast Leonard zich te zeggen, “zo kijken we absoluut niet naar onze deelnemers. Iedereen heeft talenten. Je moet alleen de mogelijkheden bieden om die talenten ook te ontwikkelen. Reken maar dat de cabine van een vrachtwagen weer blinkt als ik tegen iemand met autisme zeg dat het schoon moet zijn.”
Hergebruiken
Door een van de vier roldeuren kom je in een grote loods. Je kijkt je ogen uit. Twee caravans recht voor je ogen gloednieuw, evenals de kleine Seat rechts. “En deze zat tot hier onder de paardenpoep”, vertelt Leonard terwijl hij zijn hand op borsthoogte bij een inmiddels glimmende bestelbus houdt.
Helemaal rechts is een fietsenwerkplaats ingericht. “We repareren fietsen, maar halen ze ook uit elkaar. We hergebruiken hier alles. Als je in een rolstoel zit, kun je moeilijk het interieur van een auto gaan schoonmaken. Maar je kunt wel spaken van een fietswiel losknippen. Op die manier kunnen we staal, aluminium en de nog bruikbare onderdelen scheiden en hergebruiken.” Een fietsenmaker werkt hier in deeltijd om het geheel te coördineren.
Wonderlijk genoeg begint het verhaal van Leonard in de plaatselijke kringloopwinkel, een paar jaar voor de start van zijn onderneming. “Daar werkte een jongen die idolaat was van auto’s. Nu heb je daar weleens een speelgoedautootje, maar meer niet. Daar werd hij dus echt niet blij van.” Leonard vindt het belangrijk om te doen waar je goed in bent. “Een dominee verkondigt het woord van de Heere, een automonteur sleutelt aan auto’s. Maar bij die jongen dacht ik: wat doe jij hier? Je zag dat hij wel blij was, maar niet écht blij. Hij stond niet in zijn kracht. Daar werd het eerste zaadje geplant.”
Konijntjes knuffelen
Toen Leonard door een reorganisatie bij een zorginstelling voor de vierde keer werkloos thuis kwam te zitten, deed hij een beroepskeuzetest. “Uit de test die ik deed kwam tot twee keer toe naar voren dat ik een zorgboerderij moest gaan beginnen. Maar ik heb helemaal niets met konijntjes knuffelen. Bovendien zijn er al genoeg van die instellingen in Zeeland.” Dus werd het iets waar zijn passie wél lag, bij auto’s.
Maar hoe combineer je een poetsbedrijf met een dagbesteding? “Deze manier van bedrijfsvoering bestond acht jaar geleden ook bijna niet. Het werd niet beschreven in de boeken. Mensen uit onze omgeving die verstand hadden van economie zeiden: ‘Stop hiermee, wat je wilt gaan doen, kan helemaal niet.’ Maar ik had het gevalideerd en geloofde dat het wél kon.”
Dus ging Leonard samen met zijn vrouw aan de slag. Hij leende wat geld en begon met de opleiding tot autopoetser. “Tegelijkertijd startten we met het opzetten van dit bedrijf. En daar komt heel veel bij kijken. Een poetsbedrijf is relatief gemakkelijk te starten. Maar dat combineren met een zorgonderneming is erg ingewikkeld. Je moet accreditaties laten zien en papieren op orde maken. Maar er moet ook aan praktische zaken gedacht worden, zoals een verschoningsruimte. We hebben geld geleend en zijn gewoon begonnen.”
Magere jaren
Wat Leonard en zijn vrouw Lizette dan nog niet weten is dat er een paar magere jaren aanbreken. “De eerste paar jaar hadden we helemaal niks. We deden er alles aan om klanten te krijgen, maar die waren er niet. Ik kon net de hypotheek van mijn huis en de huur van de loods betalen. Iedere maand moesten we elke cent omdraaien. Mijn ouders betaalden soms zelfs onze boodschappen.
Je wordt wel nederig, maar ook dankbaar voor wat je hebt. Dat je voor twintig euro weekendboodschappen moet doen. Eén zak chips en een fles cola. In zo’n situatie ga je echt je zegeningen tellen. Dan zie je zelfs zegeningen in een fles cola.”
“Natuurlijk heb ik weleens vanuit pure frustratie tegen een boom geschopt. Het was echt niet altijd leuk. Zonder naïef te zijn moet je je verwachtingen bijstellen, maar vooral vertrouwen hebben. We konden het iedere maand weer bolwerken. We zagen dat er – heel erg langzaam – groei in het bedrijf zat. Een eikenboom groeit ook niet zo snel als een dennenboom. Na bijna twee jaar maakte ik voor het eerst geld over naar mijn eigen rekening. Huilend en met bevende vingers.”
Ontvangen
Dan worden de nuchtere Leonard en zijn vrouw op een ochtend wakker. “Mijn vrouw Lizette vertelde: ‘Ik heb vannacht een droom gehad, het was zo bizar.’ Ze had al langer gebeden om hulp. We zaten in een zware en onduidelijke tijd. Ze had God gevraagd wat we moesten doen: stoppen of doorgaan? In de droom zag Lizette een persoon omstraald met gele lichtbundels. Een stem zei: ‘Je hoeft niet meer te geven, maar je mag ontvangen.’ Het was een enorm emotioneel en bijzonder moment waarin God tot haar sprak. Toen ze dat die ochtend vertelde was ik wel even stil. Zeker als je nooit van die momenten hebt gehad, en ook niet bij ons in de kerk zoiets van iemand hebt gehoord. De droom was echt een antwoord op haar smeekgebed.”
En God komt zijn belofte na. Na 2,5 jaar begint het bedrijf plotseling te lopen, aan het begin van de coronatijd. “Veel bedrijven vielen om, maar bij ons was the sky the limit, niet normaal. Ik heb het nog nooit zo druk gehad.” Tegen alle verwachtingen in moet Leonard zelfs personeel gaan aannemen om de deelnemers te begeleiden. “Ik trok het niet meer. Er kwam geen einde aan. En nog steeds niet eigenlijk. Ik dacht op den duur dat het wel een keertje af zou vlakken. Maar het bleef maar doorgaan. Het stopte niet.” Zes jaar later heeft het bedrijf dertig deelnemers, zeven medewerkers en een loods van tweeduizend vierkante meter. Nog altijd komt God Zijn belofte na.
“Het is echt niet zo ingewikkeld als mensen denken. In een regulier bedrijf kun je ook echt iets betekenen voor deze mensen”, zegt Leonard. “Dat hoeft heus niet op de schaal waarop wij het doen. Maar zou het zo kunnen zijn dat je iemand met een beperking de kantine en de wc’s netjes kunt laten poetsen? Of de post laten rondbrengen op kantoor? Het kan echt. Zo iemand is ontzettend belangrijk en wordt in zijn of haar kracht gezet.” Ook zakelijk gezien is het interessant, volgens Leonard. “Je biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt iets waar ze ontzettend gelukkig van worden. Dat kost je geen salaris, maar levert zelfs wat op uit een potje van de gemeente. De deelnemers zijn zo loyaal als wat en trots dat ze in jouw bedrijf mogen werken. Geef ze een poloshirt met je logo erop en ze gaan er zelfs mee naar bed.”
Marktplaatsadvertenties
Het begint met anders kijken. “Mensen met autisme of het syndroom van Down worden als lastig ervaren, alsof ze een probleem hebben. Je kunt het ook omdraaien, zoals we hier doen. We kijken naar wat onze deelnemers wél kunnen of gaan dat samen ontdekken.”
Dat geldt ook voor mensen met een lichamelijke beperking. “Voor iemand in een rolstoel moet je misschien wat aanpassingen doen, maar wat maakt dat uit? Bij ons werkt iemand die een hoge dwarslaesie heeft, een slimme jongen hoor, hij was uitvoerder in de bouw. Nu plaatst hij Marktplaatsadvertenties, samen met een verstandelijk en lichamelijk beperkt meisje. Ze zijn allebei helemaal bij. Wat wil je nou nog meer?”
“Ja, maar ik weet niet wat ik daarmee aan moet hoor”, hoort Leonard vaak als argument om niet met deze doelgroep aan de slag te gaan. “Vaak ben je druk bezig met je business. Zaken doen, snel snel. Dan heb je geen zin om dat gezeur van iemand met een beperking erbij te hebben. Maar dan wil ik even drie stappen terug gaan. Wat als je eigen dochter zou vragen om te helpen? Daar neem je de tijd voor. Je zoon? Natuurlijk, hij is misschien wel de beoogd opvolger. Zo is het ook met iemand met een beperking. Hij wil je dolgraag helpen, want hij vindt jou een aardige meneer. Motivatie te over. En daar zeg je dan nee tegen? Ik snap dat niet.”
Dit werk kun je alleen doen als je volledig jezelf bent. “Daardoor bouw je echt een band op met de deelnemers. Je wilt niet weten hoeveel bijnamen ik heb”, zegt Leonard lachend. “En als ik met mijn vrouw op vakantie ben krijgen we foto’s van de deelnemers. Dan is hier wekelijks de ‘kat-van-huisparty’ met friet, frikandellen en cola. Je moet die gezichten van ze zien. Geweldig!”
Meer lezen? Dit artikel verscheen in Business Contact. Vraag een gratis proefexemplaar aan of neem een een abonnement en ontvang vier keer per jaar Business Contact magazine.
